Dit is een vertaling van een Engelstalige pagina.

Maatregelen die overheden kunnen nemen om vrije software te stimuleren

En waarom dat hun plicht is

Dit artikel draagt beleid aan waarmee een sterk en krachtig signaal kan worden gegeven voor het stimuleren van vrije software binnen de overheid, en om de rest van het land richting softwarevrijheid te leiden.

De taak van de overheid is om te zorgen voor vrijheid en welzijn van mensen binnen de samenleving. Eén van de aspecten van deze taak is, in het computerdomein, om gebruikers aan te moedigen vrije software te gaan gebruiken; dat betekent software die de vrijheid van de gebruiker respecteert. Een niet-vrij (privaat) programma treedt de vrijheid van de gebruiker met voeten; het is een sociaal probleem waar de overheid aandacht aan zou moeten besteden.

De overheid moet zelf vrije software gebruiken voor haar computeractiviteiten in het belang van digitale onafhankelijkheid (de controle van de overheid over haar eigen computeractiviteiten). Alle gebruikers verdienen controle over hun computeractiviteiten, maar de staat heeft een verantwoordelijkheid tegenover burgers om controle te hebben over de computeractiviteiten die het, namens de burgers, uitvoert. De meeste overheidsactiviteiten hangen tegenwoordig af van computers en de zeggenschap van de overheid over deze activiteiten hangt af van de zeggenschap over de computeractiviteiten. Wanneer deze controle verloren gaat bij een instelling die kritieke activiteiten uitvoert, bedreigt dit de nationale veiligheid.

Overheidsinstellingen laten overstappen naar vrije software kan ook andere voordelen bieden, zoals het besparen van geld en het ondersteunen van lokale computerbedrijven.

“Overheidsinstellingen” verwijst in dit verband naar alle niveaus van de overheid, alle publieke instellingen, inclusief scholen en universiteiten, publiek-private samenwerkingen en “markt”partijen die in handen zijn van de overheid of door de overheid zijn ingesteld met speciale rechten of functies door de overheid.

Onderwijs

Het belangrijkste beleid betreft onderwijs, omdat dat de toekomst van het land bepaalt:

  • Alleen vrije software onderwijzen
    Onderwijsinstellingen zouden alleen vrije software moeten onderwijzen (dus mogen zij leerlingen en studenten nooit wijzen op een niet-vrij programma) en uitleggen welke maatschappelijke redenen hieraan ten grondslag liggen. Een niet-vrij programma onderwijzen is gelijk aan het onderwijzen van afhankelijkheid, wat tegen de onderwijstaak ingaat.

De overheid en de bevolking

Ook belangrijk is overheidsbeleid dat beïnvloedt welke software individuen en organisaties gebruiken:

  • Nooit niet-vrije programma's vereisen
    Wetten en regels in de publieke sector moeten worden gewijzigd zodat individuen of organisaties nooit worden verplicht om een niet-vrij programma te gebruiken. Die wetten zouden ook communicatie en publicatie moeten ontmoedigen die dergelijke consequenties hebben (waaronder digitaal beheer van beperkingen, DRM).

  • Alleen vrije software verspreiden
    Wanneer een overheidsinstelling software verspreidt onder de bevolking, inclusief programma's die zijn bijgevoegd of gespecificeerd door webpagina's, moet het als vrije software worden verspreid. Bovendien moet het mogelijk zijn om de software te draaien op een besturingssysteem dat uit alleen vrije software bestaat.

  • Overheidswebsites
    Overheidswebsites en overheidsnetwerkdiensten moeten zodanig worden ontworpen dat gebruikers ze met alleen vrije software kunnen gebruiken, zonder enig nadeel.

  • Vrije formaten en protocollen
    Overheidsinstellingen mogen alleen bestandsformaten en communicatie-protocollen gebruiken die goed door vrije software ondersteund worden, bij voorkeur met gepubliceerde specificaties. (We beschrijven dit niet in termen van “standaarden” omdat het moet worden toegepast op zowel niet-gestandaardiseerde als gestandaardiseerde interfaces.) Zij mogen bijvoorbeeld geen audio- of video-opnamen verspreiden in bestandsformaten die Flash of niet-vrije codecs vereisen. Bibliotheken zouden geen boeken of andere werken met digitaal beheer van beperkingen (DRM) mogen verspreiden.

    Om het verspreiden van publicaties in vrije bestandsformaten te ondersteunen, moet de overheid vereisen dat alle rapporten aan de overheid worden geleverd in vrije bestandsformaten.

  • Computers van licenties ontkoppelen
    De verkoop van computers mag niet vereisen dat tegelijkertijd ook de licentie van een niet-vrij programma wordt aangeschaft. De verkoper zou bij wet verplicht moeten zijn om de koper de mogelijkheid te bieden om de computer te kopen zonder de niet-vrije software, en zonder het betalen van de licentiekosten.

    De onterechte verplichte betaling is een secundaire kwestie en mag ons niet afleiden van het werkelijke probleem: de onrechtvaardigheid van niet-vrije software en het verlies van vrijheid die daaruit voortkomt. Echter, het dwingen van gebruikers om te betalen geeft bepaalde ontwikkelaars van niet-vrije software een aanvullend onterecht voordeel, dat haaks staat op de vrijheid van gebruikers. Het is redelijk als de overheid dit misbruik voorkomt.

Digitale onafhankelijkheid

Verschillende soorten beleid hebben invloed op de digitale onafhankelijkheid van de overheid. Overheidsinstellingen moeten zeggenschap behouden over hun eigen computeractiviteiten, en deze controle niet uit handen geven aan private handen. Dit geldt voor alle computers, inclusief smartphones.

  • Overstappen naar vrije software
    Overheidsinstellingen moeten overstappen op vrije sofware, en moeten geen niet-vrije software installeren of blijven gebruiken, behalve als tijdelijke maatregel. Slechts één overheidsorgaan moet de bevoegdheid hebben om deze tijdelijke uitzonderingen te verlenen, en alleen wanneer daar gegronde redenen voor zijn. Dit overheidsorgaan zou als doelstelling moeten hebben om het aantal uitzonderingen naar nul terug te brengen.

  • Vrije ICT-oplossingen ontwikkelen
    Als een overheidsinstelling betaalt voor de ontwikkeling van een computeroplossing, moet het contract vereisen dat het wordt geleverd als vrije software, en dat het zo wordt ontworpen dat het uitgevoerd en ontwikkeld kan worden in een 100% vrije omgeving. Alle contracten moeten dit vereisen; dus als de ontwikkelaar zich er niet aan houdt kan er niet worden betaald voor het werk.

  • Computers kiezen met het oog op vrije software
    Als een overheidsinstelling computers koopt of huurt, zou het moeten kiezen uit modellen die, in hun klasse, het meest geschikt zijn om te kunnen worden gebruikt zonder enige niet-vrije software. De overheid zou, voor elke computerklasse, een lijst met modellen moeten bijhouden, gebaseerd op deze eis. Modellen die zowel voor burgers als de overheid beschikbaar zijn zouden voorrang moeten krijgen boven modellen die alleen voor de overheid beschikbaar zijn.

  • Met fabrikanten onderhandelen
    De overheid zou actief met fabrikanten moeten onderhandelen om geschikte hardwareproducten, die geen niet-vrije software vereisen, op de markt te brengen (voor de overheid en voor de samenleving), in alle relevante productgebieden.

  • Samenwerken met andere landen
    De overheid zou met andere landen collectief moeten onderhandelen met fabrikanten over geschikte hardwareproducten. Samen hebben zij een betere onderhandelingspositie.

Digitale onafhankelijkheid II

De digitale onafhankelijkheid (en veiligheid) van de overheid houdt in dat zij zeggenschap heeft over de computers die het werk van de overheid doen. Daarbij is het vermijden van Service als Softwarevervanging (SaaSS) essentieel, behalve als de dienst wordt geleverd door een overheidsorgaan. Daarnaast moeten andere praktijken, die de zeggenschap over computeractiviteiten van de overheid wegnemen, worden vermeden. Daarom:

  • De overheid moet zeggenschap hebben over haar computers
    Iedere computer die de overheid gebruikt moet toebehoren of gehuurd worden door dezelfde overheidsafdeling die het gebruikt. Die afdeling moet zelf kunnen beslissen wie fysieke toegang heeft tot de computer, wie er onderhoud (hardware of software) op kan uitvoeren, en welke software erop geënstalleerd moet zijn. Als de computer niet draagbaar is, moet de computer, wanneer die wordt gebruikt, in een fysieke ruimte van de overheid zijn (als eigenaar of huurder).

Ontwikkelingen beïnvloeden

Het beleid van de overheid beïnvloedt de ontwikkeling van vrije en niet-vrije software:

  • Vrije software aanmoedigen
    De overheid zou ontwikkelaars moeten aanmoedigen om vrije software te maken of te verbeteren en dit aan het publiek ter beschikking te stellen, door bijvoorbeeld belastingvoordeel of andere financiële aanmoedigingen. Deze voordelen mogen niet verstrekt worden voor de ontwikkeling, verspreiding of het gebruik van niet-vrije software.

  • Niet-vrije software ontmoedigen
    Ontwikkelaars van niet-vrije software zouden vooral niet in de gelegenheid moeten zijn om kopieën aan scholen te “doneren” en belastingaftrek te claimen over de nominale waarde van die software. Niet-vrije software is niet legitiem in een school.

Elektronisch afval

Vrijheid mag niet tot elektronisch afval leiden:

  • Vervangbare software
    Veel moderne computers zijn zo ontworpen, dat het onmogelijk is om de voorgeïnstalleerde software door vrije software te vervangen. Dus de enige manier om deze apparaten te bevrijden, is door ze weg te gooien. Deze praktijk is schadelijk voor de samenleving.

    Daarom zou het illegaal moeten zijn, of in ieder geval zwaar ontmoedigd moeten worden (met hoge belastingen), om nieuwe computers en aanverwante producten te slijten, importeren of verspreiden die met geheime hardware-specificaties of moedwillige beperkingen de gebruikers ervan weerhouden om onderdelen te vervangen, of software te ontwikkelen, installeren of gebruiken. Dit is vooral belangrijk bij apparaten die het zogenoemde “jailbreaking” (uit de gevangenis breken) nodig hebben om een ander besturingssysteem te installeren, of waarbij de specificaties van sommige onderdelen geheim zijn.

Technische neutraliteit

Met de voorgestelde maatregelen in dit artikel kan de overheid zeggenschap over haar computeractiviteiten naar zich toe trekken en kan zij burgers, bedrijven en organisaties helpen bij het verkrijgen van zeggenschap over hun computeractiviteiten. Sommigen zullen echter beweren dat deze maatregelen het “principe” van technische neutraliteit schenden.

Het idee van technische neutraliteit is dat de overheid geen arbitraire voorkeuren op technische keuzes moet opleggen. Of dat een geldig principe is, is betwistbaar, maar het blijft in ieder geval beperkt tot kwesties die slechts technisch zijn. De maatregelen die hier worden aangemoedigd kaarten ethische, sociale en politieke kwesties aan, dus vallen zij buiten het bereik van technische neutraliteit. Alleen diegenen die een land willen onderwerpen, zullen voorhouden dat de overheid “neutraal” zou moeten zijn over haar onafhankelijkheid of over de vrijheid van haar burgers.