English [en]   български [bg]   Deutsch [de]   español [es]   français [fr]   Nederlands [nl]   polski [pl]   português do Brasil [pt-br]   русский [ru]  

Thanks to your support, 2015 marks 30 years of the FSF! In the next 30 years, we want to do even more to defend computer user rights. To kick off in that direction, we're setting our highest-ever fundraising goal of $525,000 by January 31st. Read more.

$525K
26% (138K)
Count me in

This translation may not reflect the changes made since 2012-06-10 in the English original. Please see the Translations README for information on maintaining translations of this article.

Software Patenten en Literaire Patenten

door Richard Stallman

Op 6 Juli 2005 zal het Europese parlement stemmen over een belangrijk wetsvoorstel aangaande software-patenten—een beleid wat alle gebruikers van computers zal beperken en softwareontwikkelaars onnodig vast zal leggen.

Vele politici zullen blind stemmen; omdat ze geen programmeurs zijn begrijpen ze ook het effect van een dergelijk software-patent niet. Ze denken vaak dat een patent op grote lijnen hetzelfde werkt als auteursrecht—wat niet zo is. Toen ik bijvoorbeeld in het openbaar Patrick Devedjian, de Franse minister voor industrie, aansprak en hem vroeg hoe Frankrijk zou stemmen, antwoordde Devedjian met een hartstochtelijk betoog ter verdediging van het auteursrecht en prees daarbij Victor Hugo voor zijn voortrekkersrol in het tot stand komen van dat recht.

Diegenen die gelijksoortige effecten verwachten van softwarepatenten als van het auteursrecht begrijpen duidelijk de echte effecten van software patenten niet. We kunnen Victor Hugo goed gebruiken om het verschil duidelijk te maken.

Een roman en een modern, complex, programma hebben zekere overeenkomsten: ze zijn beide groot en bevatten veel ideeën. Laten we de analogie dus eens doortrekken en aannemen dat het patentrecht zou worden toegepast op romans uit 1800; laten we aannemen dat landen als Frankrijk het patenteren van literaire ideeën had toegestaan. Wat voor effect zou dit gehad hebben op het schrijven van Victor Hugo. Wat zou het effect zijn van literaire patenten in plaats van het auteursrecht?

Neem bijvoorbeeld de roman “Les Misérables” van Victor Hugo. Omdat hij het geschreven heeft rust het auteursrecht op hem—en niemand anders. Hij hoefde niet te vrezen dat een vreemde hem een proces aan zou doen wegens het schenden van het auteursrecht en dit zou winnen. Dat is onmogelijk omdat het auteursrecht alleen gaat over het werk van een auteur en het alleen het kopiëren aan banden legt. Hugo had Les Misérables niet gekopieerd en liep dus geen gevaar.

Patenten werken anders. Patenten gaan over ideeën; ieder patent geeft een monopolie op de uitvoer van een idee, die in het patent wordt beschreven. Hier een voorbeeld van een hypothetisch literair patent:

Wanneer een dergelijk patent in 1862 had bestaan toen Les Misérables werd gepubliceerd dan zou de roman inbreuk gemaakt hebben op alle drie de ideeën omdat al deze dingen gebeurden met Jean Valjean, het personage uit de roman. Er zou Victor Hugo een proces zijn aangedaan die hij zou hebben verloren. De roman had daarmee verboden kunnen worden—feitelijk gecensureerd— door de patenthouder.

Laten we nog eens een ander hypothetisch literair patent onder de loep nemen:

Ook hier schendt Les Misérables het patent omdat ook deze beschrijving op Jean Valjean slaat. En hier nog een hypothetisch patent:

Jean Valjean zou ook dit patent geschonden hebben.

Deze drie patenten zouden allemaal betrekking hebben op het personage uit de roman. Ze hebben overeenkomsten maar zijn niet precies hetzelfde. Ze zouden dus alle drie tegelijk geldig kunnen zijn; alle drie patenthouders hadden Victor Hugo een proces aan kunnen doen. En ieder van de drie had publicatie kunnen verbieden van Les Misérables.

De roman zou ook het volgende patent hebben geschonden:

middels de naam “Jean Valjean”, maar dit patent zou tenminste makkelijk te omzeilen zijn.

Je zou denken dat dit soort ideeën zo simpel zijn dat geen patentbureau ze zou accepteren. Wij programmeurs staan echter regelmatig verbaasd van de onnozelheid van de ideeën die echte softwarepatenten soms hebben. Het Europees bureau voor patenten heeft bijvoorbeeld patenten uitgevaardigd op de voortgangs maatstreep (“progress bar”) en een patent op het aanvaarden van betalingen via credit cards. Dergelijke patenten zouden op de lachspieren werken als ze niet zo gevaarlijk waren.

Andere aspecten van Les Misérables hadden ook door patenten getroffen kunnen worden. Er had bijvoorbeeld een patent kunnen liggen op een fictieve beschrijving van de slag bij Waterloo. Of het gebruik van Parijse accenten in fictie. Nog twee rechtszaken. Feitelijk is er geen limiet aan het aantal patenten waarmee houders rechtszaken hadden kunnen aanspannen tegen een roman als Les Misérables. En alle patenthouders hadden aanspraak kunnen maken op een beloning voor de literaire vooruitgang die hun ideeën vertegenwoordigden. Maar deze hindernissen zouden geen literaire vooruitgang brengen, het zou ze alleen maar tegenhouden.

Een zeer algemeen patent had al deze eisen teniet kunnen doen. Stel je een algemeen patent voor als het volgende:

Wie zouden de patenthouders zijn geweest? Het zouden andere romanschrijvers geweest kunnen zijn, wellicht Dumas of Balzac die dergelijke romans geschreven hebben—maar niet noodzakelijkerwijs. Het is niet nodig een programma te maken om een software-idee te kunnen patenteren. Dus wanneer onze literaire patenten hadden gewerkt volgens het echte patentsysteem dan hadden de patenthouders geen romans hoeven te schrijven, of verhalen, of wat dan ook—behalve patentaanvragen. Parasitaire patent-bedrijven, bedrijven die niets maken maar alleen dreigen met rechtszaken, nemen in aantal toe.

Gegeven die algemene patenten zou Victor Hugo niet eens het stadium bereikt hebben waarop hij zich zou kunnen afvragen voor welke patentschendingen hij voor de rechter gesleept zou worden want hij zou niet eens de kans gehad hebben een dergelijke roman zelfs maar in overweging te nemen.

Deze analogie zou niet-programmeurs kunnen helpen in te zien wat softwarepatenten kunnen aanrichten. Softwarepatenten gaan over snufjes, zoals het definiëren van afkortingen in tekstverwerkers, of herberekeningen in een rekenblad (“spreadsheet”). Patenten gaan over algoritmen die programma's nodig hebben. Patenten gaan over bepaalde delen van bestandsformaten, zoals de nieuwe formaten in Word van Microsoft. Het video-formaat van MPEG 2 wordt beschermd door 39 verschillende Amerikaanse patenten.

Net zoals een roman veel diverse literaire patenten tegelijk kan schenden, kan een programma hetzelfde doen met software-patenten. Het is dusdanig veel werk om het aantal schendingen in een groot programma te achterhalen dat een dergelijke studie slechts éénmaal is uitgevoerd. Een onderzoek uit 2004 van Linux, de kernel van het GNU/Linux besturingssysteem, bracht 283 verschillende schendingen van Amerikaanse patenten aan het licht. Oftewel, ieder van deze 283 patenten sloeg op een onderdeel van het rekenproces dat je kunt vinden in de duizenden pagina's broncode van Linux.

De tekst van het voorstel wat is goedgekeurd door de ministerraad machtigt overduidelijk het gebruik van patenten voor software-technieken. (Zie http://swpat.ffii.org/lettres/cons0406/text/index.html.) Voorstanders beweren verder dat de eis voor patenten dat ze een “technische grondslag ” hebben een uitsluiting is voor software patenten maar dat is niet zo. Het is heel eenvoudig een computerprogramma op een “technische” wijze te beschrijven: de klachtencommissie van het Europese patentenbureau zei hierover (Dossier T 0258/03; http://legal.european-patent-office.org/dg3/pdf/t030258ex1.pdf):

De commissie beseft dat zijn relatief brede interpretatie van de term “uitvinding” in Artikel 52(1) EPC ook slaat op activiteiten die zo gewoon zijn dat hun technische aspect niet wordt gezien, zoals de handeling van het schrijven met pen en papier.

Ieder stuk nuttige software kan worden “geladen en uitgevoerd op een computer, programmeerbaar computer netwerk of anderszins programmeerbaar apparaat” om zijn werk te kunnen doen, wat het criterium is voor artikel 5(2) van de bepaling voor patenten om zo zelfs de publicatie van programma's te kunnen stoppen (http://swpat.ffii.org/papers/europarl0309/cons0401/tab/index.en.html).

De oplossing om ervoor te zorgen dat softwarepatenten de softwareontwikkeling niet de nek om draait is simpel: sta de patenten niet toe. In de eerste revisie, in 2003, nam het Europese parlement diverse wijzigingen aan om softwarepatenten uit te sluiten maar de ministerraad draaide dit terug. Inwoners van de EU zouden hun vertegenwoordigers onmiddellijk moeten bellen en ze vragen de eerdere beslissingen van het parlement te handhaven in de tweede revisie van de richtlijn.

[FSF logo]“Our mission is to preserve, protect and promote the freedom to use, study, copy, modify, and redistribute computer software, and to defend the rights of Free Software users.”

The Free Software Foundation is the principal organizational sponsor of the GNU Operating System. Support GNU and the FSF by buying manuals and gear, joining the FSF as an associate member, or making a donation, either directly to the FSF or via Flattr.

naar begin